maandag 21 november 2016

Flodderjournalistiek

Wie mocht denken goed te zitten met de nieuwsvoorziening via praatshows als Pauw, komt van een kouwe kerms thuis. Flodderjournalistiek die door de krant moet worden over gedaan.

Een voorbeeld? Het optreden van Henk Krol in Pauw, vrijdagavond. Blij dat-ie reclame mocht komen maken voor zijn 50+ werd hij door de presentator in de tang genomen over zijn verleden bij de Gay Krant en het pensioengat waarmee hij zijn ex-medewerkers zou hebben opgezadeld. Niks meer aan de hand, reageerde Krol en dat was dan dat.
Het geflodder zit 'm hierin dat Pauw in zo'n geval nooit wederhoor toepast.Volgende onderwerp.

Ik heb het programma niet gezien, ga af op een bericht in het Eindhovens Dagblad. Dat vroeg commentaar aan oud-medewerkers van de Gay Krant, die meedeelden dat ze 'hun geld nog steeds niet hadden teruggekregen.' Gevolg: Krol krabbelde tegenover de krant enigszins terug:  het pensioengat is niet gedicht, eigen inleg van de medewerkers is wel terugbetaald. 'Daar is destijds iedereen mee akkoord gegaan.' Meer commentaar kon of wilde Krol de krant niet geven.  

Er loopt nog een hoger beroep tegen Krol over - samengevat -  niet nagekomen verplichtingen. Maar dat is een kwestie van zeer lange adem. Intussen gaat hij vrolijk verder met campagne voeren voor 50+ en volgens de laatste peilingen (dit weekeinde) nog met succes ook. De kiezer legt kennelijk andere maatstaven aan als het over betrouwbaarheid gaat. 


zaterdag 19 november 2016

Slimme verkeerslichten, nu de bestuurders nog

Er komen slimme verkeerslichten, die met je communiceren via een app. Ze vertellen je hoe lang het nog rood is en, ja, hoe lang nog groen. Ze waarschuwen ook voor gladheid. Gebruik van de mobiele phone in de auto? Zeker, maar met het toestel vastgeklikt op het dashboard, 'zodat je de handen veilig aan het stuur kunt houden.' Jaja.

De handen aan het stuur en het oog op de weg hoop ik. Want, behalve op dat kiene verkeerslicht is het nog steeds wachten op de slimme bestuurder, die bij voorbeeld weet dat je de clignoteur alleen moet aanzetten bij het verlaten van een rotonde. Die zich ervan bewust is, dat de bevordering van de doorstroming niet alleen afhankelijk kan zijn van slimme verkeerslichten, maar dat het te hard rijden en het dan onvermijdeijke bruuske remmen ook een rol speelt. Deskundigen en politiek verwantwoordelijken zitten met de handen in het haar, nu de tomeloze groei van het autoverkeer hen opnieuw voor de keus stelt tussen meer asfalt en rekeningrijden. Denken ze.

Wat me de laatste tijd opvalt, is het consequent - in dien mogelijk - vermelden van de oorzaak van files. In pakweg tachtig procent van de gevallen is dat...een ongeluk. Ik hoef gelukkig zelden tijdens de spits op pad, maar als het dan een keer gebeurt, krijg ik het gevoel in een soort wildwest te zijn beland; wedstrijdjes in rijstrook wisselen en snijden. Bellend en append. Tijdig gewaarschuwd door de flitscontroledienst van BNR Nieuwsradio, waaraan als het aan mij zou liggen onmiddellijk een einde zou moeten worden gemaakt. En verder, jullie doen maar als mijn verzekeringspremie maar niet omhoog gaat.

Hou eens op met die coole brainportoplossingen voor problemen die uit de hersenpan van de autorijder voortkomen.

woensdag 16 november 2016

I fell off my chair

Ze zeggen wel eens dat je het woord ik in stukjes als deze zoveel mogelijk moet vermijden. Een lezer van het ED heeft zelfs 'n keer de ikjes in een column van Halina Reijn zitten tellen. In feite is het probleem nu opgelost, want ik had willen beginnen met 'Ik viel van m'n stoel.' In het Engels zou ook kunnen. Daar zijn we immers beter in dan welk ander volk, wiens moedertaal daarvan afwijkt. Daar gaat-ie dan: I fell off my chair. Volgens mijn vriend en collega Sante Brun is dat Dungels, waarmee gezegd is dat het met die Engelse vaardigheid wel meevalt (of tegen). Luister anders maar eens naar de reclame op BNR Nieuwsradio. Om van je stoel te vallen.

Ik viel dus van mijn stoel, toen ik las dat de gemeente Best haar strijd voor een intercitystation heeft opgegeven. D66-wethouder Peet van de Loo (komt die niet uit Sint-Oedenrode?) deelde dat plompverloren mee in de raadsvergadering en oppositie-lid Leo Bisschops haastte zich dan ook, er fijntjes op te wijzen dat dit onderwerp met hoge prioriteit in het coalitie-akkoord was opgenomen.'

De poten braken zo ongeveer onder mijn stoel uit, toen ik vervolgens de motivatie van de wethouder vernam: 'Intercity'ś op kleine stations geven vertraging op grote stations.' Een wethouder als spreekbuis van de NS, die Best al vaker in de luren heeft gelegd, zoals met haar ambivalente beleid op het gebied van plaatsnaamlogo's op stations, waarbij het onderscheid opvalt tussen boven en onder de grote rivieren. Maar ook op het gebied van intercityhaltes hoor.

De meerderheid van de raad is het met de wethouder eens dat 'we onze energie beter in wat anders kunnen steken'. Wat anders? In het verkeersbeleid in het algemeen? Steeds duidelijker wordt het dat bij een dramatische groei van het verkeer, de positie van Best daarin om stringente maatregelen vraagt. Het nabije Oirschot is daar - in samenspraak met de burgerij - volop mee bezig. De zogenaamde Groene Corridor via de Oirschotse, respectievelijk Eindhovense Dijk neemt in de discussies een belangrijke plaats in.  Eventuele afsluiting van deze weg voor autoverkeer zou ook voor Best onvoorstelbare consequenties hebben, maar hier is het oorverdovend stil. Nu al leidt het doorgaand verkeer op de Hoofdstraat tot grote problemen, vooral voor voetgangers en fietsers, zodat ik op mijn website de hartekreet zag verschijnen: gemeente doe er wat aan, met een reeks uitroeptekens. Hoe lang blijven we nog met een incomplete rondweg en een tekort schietende bewegwijzering zitten? Ik noem maar wat dingen.

D66 is goed in het verkopen van haar aandeel in in het Bestse beleid. Een journalist van het ED schreef over de 60.000 euro kostende reparatie van De Mol: 'Als ik Bestenaar was, zou ik me geraakt voelen...in m 'n portemonnee.' En wat doet de fractie, de wethouder voorop? Zichzelf 'n pluimke toekennend, een feestje vieren op het tunneldek en in Groeiend Best opscheppen over het eeuwige leven van die Mol.

Zo gebeurt er heel wat in de gemeente Best - of niet - dat je de wens ingeeft dat er bij de verkiezingen in 2018 een aantal mensen van zijn stoel valt.

maandag 7 november 2016

Een immorele journalistieke hype

Het onfatsoen in de media - en ik bedoel hier nu eens niet 'de sociale' - neemt toe. De journalistiek, opgejaagd door haar broodheren, schuwt geen middel meer om te scoren. En wat zich uitgever noemt, van 't zelfde laken 'n pak.

Neem het geval Astrid Holleeder. Dat zwijgt als getuige in het lopende proces tegen haar broer Wim in alle talen, maar pakt daarentegen fel  tegen hem uit in een boek, dat door de uitgever als een spookverschijnsel onder het mom van geld verdienen, graag of niet, in een oplage van maar liefst 80.000 exemplaren bij geblinddoekte handelaren is gedropt. Geld, geld, geld. Bestsellingrecord. Dat nieuws pure handel is, is ultiem bewezen.

Boeken zijn in zoverre heilig - daar hoeven ze geen bijbel voor te zijn - dat je er naar hartenlust uit kunt citeren, zonder dat er enige ethiek aan te pas komt. Met andere woorden, smullen maar, zonder bekommernis over wie er mogelijk wordt belasterd. Zo gaat het sinds jaar en dag. Het is trouwens ook voorgekomen dat een moordenaar, veilig achter de verjaringstermijn, in een boek bekent.
Alleen, het uitzonderlijke van dit Holleeder-boek is, dat het een remplaçant van ontbrekende getuigenis in de rechtszaal is. En of je nu citeert, of de auteur over de inhoud interviewt, maakt in principe niets uit.

De advocaten van W. Holleeder wijzen op het doorkruisen van het proces en komen ook met de klacht dat in dit geval ‘geen wederhoor’ is toegepast, een journalistieke doodzonde. In dit bijzondere geval is dat verwijt volkomen terecht. Hier heeft de hijgerigheid van met name De Telegraaf en de Volkskrant het gewonnen van de zorgvuldigheid.

Dat regionale kranten van AD/R Nieuwsmedia dit allemaal weer gretig melden (‘Dit verhaal hoort thuis bij de rechter’) en even verlekkerd als genoemde landelijke dagbladen Astrid Holleeder citeren, inclusief familiefoto’s, valt allemaal onder dezelfde immorele hype. Hypocrisie ten top.

zaterdag 5 november 2016

Geboortegrond

Er zijn mensen in de Kempen, die het niet leuk vinden als ze naar een Eindhovens ziekenhuis of, meer voor de handliggend, het MMC in Veldhoven moeten, om te bevallen. Omdat het kind dat dan ter wereld komt, volgens de burgerlijke stand niet geboren zal zijn in pakweg Eersel of Bladel, de woonplaats van de ouders, maar in Eindhoven, c.q. Geldrop (geliefd, want dat ziekenhuis heet naar Jezus’ grootmoeder Anna) of Veldhoven.

De oplossing van dit 'probleem' zou gelegen zijn in het tot geboortegrond verklaren van de verloskamer. Hoeveel waarde moet je daaraan hechten? Zelf ben ik een Ginnekenees, wat betekent, een echte autochtoon, geboortig van Ginneken en Bavel (zelfstandige gemeente tot 1943, nu Breda), om precies te zijn, het Ginnekense Sint-Laurens Ziekenhuis, kamer 2, direct rechts van de hoofdingang. Dat rustieke ziekenhuis uit het begin van de twintigste eeuw bestaat ‘fysiek’ nog steeds, al zijn er nu woonappartementen in ondergebracht en zijn de karakteristieke zandloper-luiken tot mijn spijt verwijderd.

Dat mijn wieg in Ginneken en Bavel stond, staat nog steeds in mijn paspoort. In het midden gelaten of het nu Ginneken of Bavel was. Daar ben ik dus vet mee. En in 1943 verhuisde ik met m'n ouders van Brugstraat 2, Ginneken, naar Duivelsbruglaan 8, Breda. Zonder te verhuizen! Om gek van te worden.

Het ED heeft naar de zeden en gewoonten van de 21e eeuw een online-enquête gehouden over de wens tot het officieel tot geboortegrond verklaren van de verloskamer van het MMC, overeenkomstig de woonplaats van de ouders. Zeventig procent vindt dat flauwekul. Ik ook.

woensdag 2 november 2016

CDA slaat weer eens een slag in Brabant

Vorige week zei de Eindhovense wethouder Staf Depla (ez) nog zoiets als What is in a name, nu zijn de juichkreten niet van de lucht. Brainport is nu toch Mainport, wat wil zeggen dat het economische belang van techregio Zuid-Oost Brabant even  belangriijk (daar zal men zeggen effe belangrijker) is voor Nederland dan Amsterdam en Rotterdam. Je kunt rustig zeggen dat het CDA daarmee weer eens ‘n slag geslagen heeft in het  zuiden. Niets aan debat of besluitvorming sinds augustus valt los te zien van de naderende kamerverkiezingen.

Dat je daarbij als politicus – al dan niet met zicht op een andere lucratieve baan – flink kan blunderen, bewees VVD-er Melanie Schultz van Haegen (infrastructuur) door een gedegen extern advies in de wind te slaan en Brainport terug op het achterbankje te drukken. Dat – natte vinger - vijftig procent van de kiezers in de Randstad huist, blijkt nu tot een verkeerde gok te hebben geleid. Zij en haar partijgenoot Henk Kamp (ez) vonden ogenblikkelijk een fikse kamermeerderheid tegenover zich, die vond dat nu onderhand maar eens recht moest worden gedaan aan de doorslaggevende betekenis van Eindhoven e.o. voor de vaderlandse economie.

En nu mocht de Drentse  CDA-afgevaardigde Agnes Mulder de kroon op het werk zetten: maak er dan ook meteen maar Mainport van. Daar kon de rest geen nee tegen zeggen.

Als het om de grote steden gaat, lag de grens tot dusver altijd bij de vier boven de rivieren. Ik zou zeggen, wacht nu ook maar niet tot 15 maart 2017 met de erkenning dat de aan de ‘grootstad’ verbonden problematiek voor Eindhoven in gelijke mate geldt als voor Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag.

zaterdag 22 oktober 2016

Helemaal jaren vijftig

Een abonnee schreef in het Eindhovens Dagblad een verhaal in het Valkenswaards dialect (Johan Biemans: ‘De taal verschilt per straat’). Dat is, in tegenstelling tot vroeger, technisch geen enkel probleem, aangezien de schrijver tegenwoordig zelf verantwoordelijk is. Hij levert de kopij als op de computer ingetikt tekstbestand in: hij vraagt, de krant draait, ik bedoel drukt af. Een corrector komt er niet meer aan te pas. Het zetduiveltje is geen smoes of zondebok meer.

In de eerste helft van de vorige eeuw lag dat totaal anders. Immers de tekst voor de krant werd toen nog machinaal met de Linotype – er moet er nog een als erfgoed in de hal van de krantendrukkerij in Best staan – in lood gezet. Waarna correctie van de proefdruk volgde. Stel je voor dat zo’n machinezetter – overigens de koning onder de grafici – een verhaal in plaatselijk dialect moest verwerken. Dat kon niet anders dan mis gaan. Dialect in de krant was toen trouwens not done.

In de jaren vijftig werkte ik bij een kleine krant in Friesland. Zoals men weet, heeft dat gewest een eigen taal. Nee géén dialect, Nederland is tweetalig. Het Fries is bij wet erkend. Dat betekende evenwel niet dat er dagelijks in het Fries werd gepubliceerd. Zelfs in de Leeuwarder Courant gebeurde dat mondjesmaat.

Het dagblad waarvoor ik werkte was een kopblad van het Noordhollands Dagblad, dat in Hoorn werd gedrukt. De transmissie van de kopij geschiedde via een van de toenmalige PTT gehuurde telex (inclusief verbinding). Foto’s werden per treinbrief verzonden. Het spreekt dat je een Hollandse machinezetter - trouwens mits hij de tijd had tussen het zetten van de bloembollen-catalogus door, want het was daar tevens een handelsdrukkerij – geen Friestalige tekst moest voorleggen. Maar daar had ons krantje een oplossing voor.

In die tijd schreef master Simke de Haan, een streng ogende, rossige man met borstelige wenkbrauwen die aanhoudend op en neer gingen, hoofd van de Sint-Bonifatius Jongensschool te Leeuwarden, regelmatig een column in het Fries, getiteld Swanneblommen. Een verwijzing naar de bladeren van de waterlelie in de Friese vlag. En hoe pakten we dat aan?  Het werd door de Friestalige zetter van een Leeuwarder drukkerij in lood gezet en dat zetsel werd in een kistje meegenomen door de chauffeur van de krantenauto, Arie Bakker, die dagelijks over de Afsluitdijk met de kranten en correspondentie heen en weer reed. Bij de volgende order ging dat kistje loden regels natuurlijk weer terug naar de drukker.

Het is altijd goed gegaan, dat wil zeggen, nooit zijn die losse loden regels ‘in pastei’ gevallen, zoals dat heette. En ons krantje had af en toe z’n stukje in het Fries.